Licht gewicht
Er was een tijd dat verpakkingen ons leven lichter maakten. Een tijd waarin een tearstrip een klein rood lintje van vooruitgang was: je trok eraan en voilà, toegang tot geluk.
Er was een tijd dat verpakkingen ons leven lichter maakten. Een tijd waarin een tearstrip een klein rood lintje van vooruitgang was: je trok eraan en voilà, toegang tot geluk.
Gedisciplineerde soldaatjes
Neem de Giotto hazelnoot bonbons. Een guilty pleasure waarvan ik altijd een paar pakjes insla als ik in Duitsland ben (in Nederland zijn ze wonderlijk genoeg niet verkrijgbaar en dat draagt bij aan het heimelijk genoegen). Zo’n licht rolletje verfijnde, tere zoetigheid in een handige, elegante verpakking. Je trok aan de strip en negen luchtige bonbons wachtten je keurig in een rijtje op. Gedisciplineerde soldaatjes van crème en nougatine.
Maar toen kwam de PPWR. Gemak is verdacht. De tearstrip bleek bij mijnrecente aankoop verdwenen. Tearstrips zijn extra materiaal en maken recycling lastiger. Ik vermoed dus dat het daardoor is ingegeven. Het kan natuurlijk ook gewoon een kostenbesparing zijn…
Hans en Grietje
In elk geval sta ik nu te hannesen met een Giotto-verpakking zonder tearstrip. Ik zoek een begin, ik scheur, ik probeer het voorzichtig, maar de rol besluit anders.
Zonder strip scheurt de rol in alle richtingen open. De bonbons schieten over tafel. Ze rollen richting rand, stuiteren tegen mijn koffiekop en laten, kwetsbaar als ze zijn, een spoor van hazelnootgruis achter. Alsof Hans en Grietje voortaan bij Ferrero in dienst zijn. Licht zou het moeten zijn, convenience, maar het wordt zwaar werk. Ironisch genoeg zit de zwaarte tegenwoordig niet meer in het materiaal, maar in de frustratie.
Zwart goud
Aan de andere kant van het spectrum, letterlijk zwaarder, herontdek ik de langspeelplaat. Vinyl. Zwart goud, want ik ben niet de enige die er weer voor in de markt is. Nostalgie in 180 gram. Waar streaming gewichtloos door de ether zweeft, komt een plaat in een hoes die je met twee handen vastpakt. Dat moment waarop je de binnenhoes voorzichtig open laat glijden, de plaat eruit tilt zonder de groeven aan te raken, het is elke keer weer een klein cadeautje. Een ritueel. Een unpacking experience in optima forma.
En ook een zaak van gewicht en kwetsbaarheid. Een stapeltje platen weegt al snel een paar kilo en neemt meer ruimte in dan mijn hele Spotify-bibliotheek ooit zal doen. En het onderhoud. Voorzichtig behandelen, neerleggen. Naald schoon. Plaat schoon. Even met dat antistatische borsteltje eroverheen, alsof je een miniatuurijsbaan dweilt. Want één kras en je hoort het. Streaming vergeeft, vinyl onthoudt.
Tussen licht en zwaar
En zo leef ik tussen licht en zwaar. Tussen de ogenschijnlijk lichte Giotto-verpakking die zich als een confettikanon gedraagt, en de zware vinylplaten die met hun plechtige gewicht om aandacht vragen. Het echte drama openbaart zich wanneer de werelden botsen: hazelnootkruimels die vrolijk over tafel stuiteren en precies daar landen waar mijn net schoongemaakte langspeelplaat ligt te wachten.
PPWR mag dan streven naar minder afval, maar ik produceer inmiddels een heel nieuw type vervuiling: analoog ondersteunend bonbongruis. Dát is de ware zwaarte van verpakkingen: niet wat erin zit, maar wat er uiteindelijk op de PPWR-plaat belandt.
Deze column verscheen in Pakkracht 63 (maart 2026).
Foto: Lisa (Pexels)
Latest posts